Ah joh, is zo weer over!

Gepubliceerd op 31 augustus 2022 om 14:50

Een huil- of driftbui en ongemakkelijke situaties met kinderen. Iedereen kent ze, iedereen heeft ze. Niemand uitgezonderd.
Fijn, kunnen we allemaal opgelucht ademhalen. Wat we ook allemaal wel kennen is de reacties (aka dooddoeners) die gepaard gaan met deze momenten. Denk aan: “stil maar, gaat zo weer over, niks aan de hand, kus erop klaar, gelukkig is het je teen en niet je hele been, probeer het eerst maar even, word je hard van, ik moet ook de hele dag dingen doen die ik niet leuk vind” .. Maar of het echt helpt?

Emoties

Wat ik zelf merk is dat het afdoen van een emotie van een kind (zoals bij de zinnetjes hierboven) vaak eigenlijk voortkomt uit m’n eigen ongemak. Het gehuil/geschreeuw is hard aan m’n oren, ik schrik zelf ook even, vind het rot voor het kind of voel me eigenlijk ook een beetje boos.
Wat ik ook merk is dat het eigenlijk nooit écht helpt, het is in ieder geval niet het zeggen van “stil maar, het valt wel mee” dat helpt. Het is de knuffel en het ruimte geven aan de emotie die ervoor zorgt dat het weer over gaat. Een emotie voel je in je lichaam en moet even helemaal “uitgeleefd” worden. Doorvoelt eigenlijk. En ik sta er iedere keer weer versteld van hoe snel zo’n emotie dan over is. Dus wat ik nu doe als een kind verdrietig is is: er zijn. Meer niet. “Kom maar, huil maar even, ik ben bij je.” En niet: “ik snap het wel het is ook rot”. Dat is namelijk precies hetzelfde als valt wel mee, maar dan de andere kant op. De emotie is van het kind en niet van jou. Het kind (en iedereen denk ik trouwens) heeft er het meest aan dat je er gewoon bent en niet dat je “meezwelgt” in de emotie. Wat je wel kunt doen is het objectief benoemen van de situatie: “Ik zie dat jij eigenlijk heel graag op die plek wilde gaan zitten en dat je het heel jammer vindt dat er nu iemand anders zit, klopt dat?” Zo help je een kind woorden te geven aan de emotie en gebeurtenis. Wat ik ook een fijne vind is benoemen wat je ziet: “ik zie dat je je boos voelt”. Niet “dat je boos bent”. Het kind ís dat dat immers niet, hij/zij is in essentie gewoon nog steeds dezelfde, maar ervaart op dat moment even boosheid, verdriet of wat dan ook. Door dit te zeggen voelt het zich gezien, erkend.
Ik denk dat het tegenwoordig nog geen minuut duurt of ze zijn weer up and running. Niet dat dat het doel moet zijn, maar ze leren zo om niet ongemakkelijk te worden van hun eigen emoties. Ze leren dat die er soms even zijn en dat ze vaak ook zo weer voorbij zijn als je ze niet wegduwt. En de grap is (voor mij tenminste) dat ik tegelijkertijd eigenlijk hetzelfde moest oefenen. Toen ik dit de eerste keren deed merkte ik dat ik ondertussen moest dealen met m’n eigen ongemak. Dat stemmetje in je hoofd gaat razendsnel: “Nou, gaat dit dan nu echt zo over, moet ik niet iets doen, vinden anderen dit geen gekke reactie?” Dus ook voor jezelf geldt, laat er maar even zijn. Het gaat allemaal weer voorbij. 

Intuïtie

En dan de momenten dat je kind niet meegaat in de stroom. Het wil niet naar binnen, niet spelen met dat kindje dat dat al wel vijf of zes keer heeft gevraagd. En daar gaan de gedachtes weer: je wordt bang dat hij straks misschien niemand heeft om mee te spelen, dat ze stoppen met vragen, dat ‘ie verstoten wordt en tja, je moet toch ook gewoon dingen doen in je leven waar je geen zin in hebt, en sommige dingen moet je proberen en dan was het achteraf best leuk, toch? Nou dit soort gedachten zijn mij in ieder geval niet vreemd en ik hoor ze van bijna iedere ouder. 

Het is meer dan logisch, want grotendeels zijn we allemaal zo opgevoed. En soms ís het ook goed om het te proberen en vált het later ook mee. Maar wat ook heel helpend is is de verbinding met je intuïtie behouden. Dat is iets wat veel volwassenen weer opnieuw moeten leren en waar kinderen nog heel dichtbij staan. De maatschappij is alleen zo ingericht dat we er alsmaar overheen walsen. 

Jij als ouder kent je kind het best. Al zijn/haar hele leven(tje) ;-). Je weet wanneer het voor je kind ok is om het te proberen, je kent de grenzen. Ook al denk je tijdens het lezen nu misschien, “ja maar ik weet het niet altijd”. Klopt, de manier waarop je het wil weten is met je hoofd, maar hiervoor moet je ook als ouder terug naar je intuïtie (grappig, bij emoties moesten we ook al hetzelfde doen als het kind). Wat zegt je gevoel? Mag ‘ie het even proberen en is dat juist ok, heeft ‘ie dat zetje in de rug en jouw vertrouwen nodig met jou als stabiele achtervang? Of voelt het kind gewoon een duidelijk nee, een grens? Misschien voelt hij/zij onbewust aan dat het bij dat kindje thuis niet fijn is (relationele spanningen bijvoorbeeld), of misschien is ‘ie er gewoon nog niet aan toe. Dat zijn geen dingen om overheen te walsen. Dat is luisteren naar jezelf en accepteren dat het zo is. Met compassie, zonder oordeel accepteren. Dat leidt net als bij het erkennen van emoties sneller tot het “gewenste eindresultaat” dan niet zeuren en toch doen. 

Wat ik grappig vind is dat zowel bij het doorleven van emoties als bij het volgen van intuïtie je eigenlijk paralel aan je kind hetzelfde mag oefenen. Hoe tof is dat? Je kunt het dus voorleven. En laat je kind nou net op die manier het beste leren!

Heel veel plezier en wees een beetje lief voor jezelf als je vindt dat het mislukt is. Je leert nieuw gedrag aan en bent aan het leren. Het duurt even voor die nieuwe neurologische paadjes in je brein zijn aangelegd. Give yourself some credits for trying. 

 

Suiver liefs! 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.